Rode wijn Het bed is 's nachts maar half beslapen. De helft van de boeken nam ze mee. De helft van mijn salaris is ruim voldoende, slapen doe ik nu voor twee. De platen waren allemaal van mij, ik draai ze net zo hard ik kan. De televisie mocht ze houden, alsof ik niet zonder kan. Wat een bestaan, wat een luizenleven ! Het kan niet stuk, wat een geluk ! Rode wijn, rode wijn, kom laat ons vrolijk zijn. Ik drink me elke avond een beroerte, eten heb ik weken niet gedaan. Ik pis weer net als vroeger in de wasbak, slapen doe ik met m'n kleren aan. Wat een bestaan, wat een luizenleven ! Het kan niet stuk, wat een geluk ! Rode wijn, rode wijn, kom laat ons vrolijk zijn. Rode wijn, rode wijn, kom laat ons vrolijk zijn. Ik ben niet meer gewend aan stilte, en zeker niet zolang. De vrijheid die ik terug wou hebben, maakt me eigenlijk bang. Toch is het niet dat ik haar mis, 't is ongewoon, nog even. Niemand, niemand heeft zich vergist, 't is wennen aan m'n eigen leven. Een keuken vol met vuile glazen, het kan alleen maar beter gaan. Wie heeft er meubels of gordijnen nodig ? Ik begin van vooraf aan. Wat een bestaan, wat een luizenleven ! Het kan niet stuk, wat een geluk ! Rode wijn, rode wijn, kom laat ons vrolijk zijn. Rode wijn, rode wijn, kom laat ons vrolijk zijn. (Bram Vermeulen)